RWE heeft op donderdag 18 juni samen met andere partijen het Pact voor Koolstofverwijdering gepresenteerd en ondertekend. Het pact is een brede samenwerking tussen bedrijven die zich committeren aan het realiseren van grootschalige, permanente koolstofverwijdering in Nederland.
Met de ondertekening bevestigt RWE zijn rol als een van de drijvende krachten achter de ontwikkeling van negatieve emissies en een toekomstbestendig energiesysteem. Het pact markeert een belangrijk moment in de Nederlandse energietransitie. De vraag naar elektriciteit stijgt snel, terwijl de noodzaak om klimaatdoelen te halen dichterbij komt en de leveringszekerheid onder druk staat. Koolstofverwijdering, onder andere door middel van BECCUS technologie wordt door de ondertekenaars gezien als een onmisbare pijler om te voldoen aan zowel de Europese klimaatdoelen als de Nederlandse systeembehoefte.
Urgentie groter dan ooit
De recente inzichten uit de TenneT Monitor Voorzieningszekerheid laten zien dat Nederland vanaf 2030 te maken krijgt met toenemende risico’s voor de elektriciteitsvoorziening. Tegelijkertijd vraagt de Europese klimaatwet om forse emissiereducties én structurele negatieve emissies. Met de ondertekening van het pact benadrukt RWE dat Nederland niet langer kan wachten met het realiseren van projecten die beide uitdagingen tegelijk aanpakken: klimaatneutraliteit én leveringszekerheid.
Marinus Tabak, COO van RWE Generation NL, onderstreept de urgentie van het moment: “De tijd is op om dingen niet of te laat te doen. Met dit pact laten we zien dat we klaarstaan om te leveren, maar Nederland moet nú in actie komen. Alleen door te versnellen kunnen we de projecten realiseren die ons energiesysteem versterken én onze klimaatdoelen haalbaar maken.”
Samenwerking
Het pact brengt bedrijven samen die willen investeren in technologieën om permanente koolstofverwijdering, zoals BECCUS, DACCS en biogene opslag, mogelijk te maken. De ondertekenaars roepen de overheid op om snel duidelijkheid te bieden over beleid, financiering en marktmechanismen, zodat Nederland tijdig kan opschalen richting 2030 en 2040.
